9 april 2026
De NVIDIA B300 heeft een TDP (Thermal Design Power) van ongeveer 1.000 watt per GPU. Dat is aanzienlijk hoger dan bij eerdere generaties en stelt hoge eisen aan zowel koeling als stroomvoorziening. Vloeistofkoeling is in de meeste gevallen sterk aan te raden, maar niet altijd verplicht. In dit artikel leggen we per vraag precies uit wat je moet weten voordat je een B300-server inzet in jouw omgeving.
De NVIDIA B300 heeft een TDP van ongeveer 1.000 watt per GPU. Dit is de hoeveelheid warmte die het koelsysteem maximaal moet kunnen afvoeren bij volledige belasting. Voor een server met meerdere B300-GPU’s loopt de totale thermische belasting daardoor snel op tot meerdere kilowatt per systeem.
Ter vergelijking: de NVIDIA H100 had al een TDP van 700 watt, wat destijds al als veeleisend gold. De B300 gaat daar ruim overheen. Dit maakt thermisch ontwerp tot een van de belangrijkste overwegingen bij het plannen van een B300-implementatie, nog voordat je nadenkt over software of netwerk.
De hoge TDP van de B300 is een direct gevolg van de enorme rekenkracht die de chip levert. NVIDIA heeft de B300 ontworpen voor intensieve AI-workloads, zoals LLM-training en inferentie, waarbij miljarden berekeningen per seconde plaatsvinden. Meer transistors, hogere kloksnelheden en grotere geheugenbandbreedte zorgen samen voor meer warmteontwikkeling.
De B300 maakt gebruik van geavanceerde HBM3e-geheugenmodules die direct op de GPU-die zijn geplaatst. Dit verhoogt de geheugenbandbreedte drastisch, maar draagt ook bij aan de warmteproductie. NVIDIA kiest hier bewust voor: de prestatiewinst weegt voor de doelgroep ruimschoots op tegen de hogere infrastructuurkosten die de hoge TDP met zich meebrengt.
Voor de NVIDIA B300 zijn drie koelingsmethoden relevant: directe vloeistofkoeling (DLC), volledige immersiekoeling en geavanceerde luchtkoeling met hoge luchtstroom. Vloeistofkoeling is het meest efficiënt en wordt door de meeste fabrikanten aanbevolen voor systemen met meerdere B300-GPU’s. Luchtkoeling is in specifieke configuraties mogelijk, maar vraagt om een goed ontworpen serverbehuizing met voldoende airflow.
Bij directe vloeistofkoeling stroomt gekoeld water via een koelplaat direct langs de GPU. Dit is momenteel de meest gangbare methode voor high-density GPU-servers. Het systeem is efficiënter dan luchtkoeling en maakt een hogere rekdichtheid mogelijk in het datacenter.
Bij immersiekoeling worden servers volledig ondergedompeld in een niet-geleidende vloeistof. Dit is de meest effectieve methode voor extreme warmteafvoer, maar vraagt om een specifieke datacenteropstelling en een hogere initiële investering. Voor omgevingen met grote aantallen B300-GPU’s kan dit op termijn kostenefficiënter zijn door lagere energiekosten voor koeling.
Luchtkoeling is bij de B300 alleen realistisch in configuraties met een beperkt aantal GPU’s per systeem en een behuizing die specifiek is ontworpen voor hoge luchtstroom. Standaard 1U- of 2U-servers zijn hier doorgaans niet geschikt voor. Speciale high-airflow chassis met krachtige ventilatoren kunnen in sommige gevallen voldoende zijn.
Vloeistofkoeling is niet technisch verplicht voor de NVIDIA B300, maar in de praktijk is het voor de meeste implementaties de enige haalbare keuze. Bij een TDP van 1.000 watt per GPU is luchtkoeling alleen toereikend in zeer specifieke configuraties met lage GPU-dichtheid en een speciaal ontworpen behuizing.
Serverplatforms die meerdere B300-GPU’s combineren, zoals systemen met vier of acht GPU’s, produceren gezamenlijk zo veel warmte dat luchtkoeling simpelweg onvoldoende capaciteit heeft om de temperaturen binnen veilige grenzen te houden. Vloeistofkoeling is in die gevallen de verstandige keuze, zowel voor prestaties als voor de levensduur van de hardware.
Een NVIDIA B300-server vereist een krachtige stroomvoorziening. Met een TDP van 1.000 watt per GPU en aanvullend stroomverbruik van CPU’s, geheugen, opslag en koeling, loopt het totale stroomverbruik van een multi-GPU-systeem al snel op tot 5.000 watt of meer. Datacenters moeten rekening houden met een stroomaansluiting van minimaal 30 tot 60 ampère per rack, afhankelijk van de configuratie.
Naast het totale vermogen speelt ook de kwaliteit van de stroomvoorziening een rol. B300-systemen hebben redundante voedingseenheden nodig om uitval te voorkomen. Bovendien stellen de hoge stroompieken bij het opstarten of bij zware belasting eisen aan de UPS-capaciteit en de bekabeling in het datacenter. Goed stroommanagement is daarmee net zo belangrijk als de koelingsoplossing.
Supermicro is een van de eerste serverplatformfabrikanten die officiële ondersteuning biedt voor de NVIDIA B300-GPU. De systemen uit de SYS-821GV- en SYS-421GE-productlijnen zijn ontworpen voor GPU-intensieve workloads en ondersteunen de nieuwste Blackwell-architectuur. Supermicro levert deze systemen met geïntegreerde vloeistofkoelingsopties die aansluiten op de thermische vereisten van de B300.
Supermicro onderscheidt zich doordat het merk nieuwe GPU-generaties structureel eerder ondersteunt dan fabrikanten als HP en Dell. Dit geeft organisaties die snel willen opschalen met de nieuwste AI-hardware een concreet tijdvoordeel. De systemen zijn beschikbaar in verschillende form factors, van dense 4U GPU-servers tot grotere multi-node configuraties voor datacenters met hoge rekdichtheid.
De juiste koelingsoplossing voor een NVIDIA B300-server hangt af van vier factoren: het aantal GPU’s per systeem, de beschikbare datacenterinfrastructuur, het budget en de gewenste energie-efficiëntie. Begin met het berekenen van de totale thermische belasting van je configuratie en vergelijk die met de koelcapaciteit die je datacenter kan leveren.
Tel de TDP van alle componenten bij elkaar op: GPU’s, CPU’s, geheugen en opslag. Dit geeft je het totale vermogen dat het koelsysteem moet verwerken. Voeg hier een marge van 15 tot 20 procent aan toe voor pieken en toekomstige uitbreiding.
Controleer of je datacenter beschikt over de benodigde stroomaansluitingen, koelcapaciteit per rack en eventueel leidingwerk voor vloeistofkoeling. Niet elk datacenter is voorbereid op de hoge energiedichtheid van B300-systemen. Soms vraagt dit om een aanpassing van de infrastructuur voordat je de hardware kunt inzetten.
Kijk niet alleen naar de aanschafkosten van het koelsysteem, maar ook naar de operationele kosten op langere termijn. Vloeistofkoeling heeft een hogere initiële investering, maar levert vaak lagere energiekosten op doordat het efficiënter werkt dan luchtkoeling. Over een periode van drie tot vijf jaar kan dit een significant verschil maken.
Wil je weten welke Supermicro-configuratie het beste aansluit bij jouw B300-plannen? Bij ons als Supermicro-distributeur in de Benelux denken we graag met je mee. Wij zijn de grootste, eerste en oudste Supermicro-distributeur van Nederland, met 38 jaar ervaring in het configureren van servers voor veeleisende workloads. Van koelingsadvies tot volledige build-to-order-systemen met 24/7 on-site garantieservice: we helpen je de juiste keuze te maken voor nu en voor de toekomst.
In de meeste gevallen niet zonder enige aanpassing. Oudere datacenters zijn vaak ontworpen voor een rekdichtheid van 10 tot 20 kW per rack, terwijl een volledig bezette B300-configuratie dit ruimschoots kan overschrijden. Het is verstandig om vooraf een infrastructuuraudit uit te voeren waarbij je stroomaansluitingen, koelcapaciteit en vloerbelasting laat beoordelen. In veel gevallen volstaan gerichte aanpassingen, zoals het upgraden van PDU's of het toevoegen van een rear-door heat exchanger.
De meest voorkomende fout is het onderschatten van de totale infrastructuurkosten door alleen naar de GPU-prijs te kijken. Veel organisaties vergeten rekening te houden met de kosten voor vloeistofkoelingsinstallatie, upgraded stroombekabeling, redundante voedingen en eventuele datacenteraanpassingen. Een tweede veelgemaakte fout is het niet meenemen van een groeimarge: plan altijd 15 tot 20 procent extra capaciteit in voor piekbelasting en toekomstige uitbreiding.
De B300 heeft een TDP van ~1.000W tegenover de ~700W van de H100, wat neerkomt op een stijging van ruim 40 procent per GPU. Als je momenteel H100's koelt met luchtkoeling, is de kans groot dat je voor de B300 moet overstappen op vloeistofkoeling, zelfs bij een vergelijkbaar aantal GPU's per systeem. Bestaande DLC-infrastructuur voor H100's kan in sommige gevallen worden uitgebreid of aangepast, maar een volledige capaciteitsbeoordeling is altijd noodzakelijk voordat je de overstap maakt.
Immersiekoeling was lange tijd vrijwel exclusief voor grote hyperscalers vanwege de hoge initiële investering en de specifieke datacenteropstelling die het vereist. Inmiddels bieden leveranciers ook schaalbare immersietanks aan die geschikt zijn voor kleinere deployments, bijvoorbeeld vanaf één of twee racks. Voor organisaties die op lange termijn meerdere high-density GPU-systemen willen draaien, kan het de moeite waard zijn om de TCO van immersiekoeling te vergelijken met DLC, ook al is de instapdrempel hoger.
Controleer bij elk serverplatform of het officieel is gecertificeerd door NVIDIA voor gebruik met de B300, zodat je zeker weet dat de thermische en elektrische specificaties zijn gevalideerd. Let daarnaast op de garantievoorwaarden rondom de koelingsoplossing: sommige fabrikanten bieden alleen garantie als de aanbevolen koelingsmethode wordt gebruikt. Voor productieomgevingen is een 24/7 on-site garantieservice sterk aan te raden, zodat hardware-uitval minimale impact heeft op je workloads.
De doorlooptijd voor infrastructuurvoorbereiding varieert sterk afhankelijk van de huidige staat van je datacenter, maar reken gemiddeld op twee tot zes maanden voor een volledige aanpassing inclusief stroomupgrades en vloeistofkoelingsinstallatie. Kleinere aanpassingen, zoals het vervangen van PDU's of het toevoegen van koelingsmodules, kunnen soms binnen enkele weken worden gerealiseerd. Begin daarom vroeg met de infrastructuurplanning, idealiter parallel aan het selectieproces voor de hardware zelf.
Een praktische eerste stap is het inzetten van één of twee B300-GPU's in een gecertificeerd testplatform binnen een colocatiefaciliteit die al is uitgerust voor high-density GPU-workloads. Zo kun je de prestaties en thermische gedrag van de B300 evalueren in een gecontroleerde omgeving, zonder dat je direct je eigen datacenterinfrastructuur hoeft aan te passen. Werk samen met een gespecialiseerde distributeur die build-to-order-configuraties aanbiedt, zodat je het testsysteem later eenvoudig kunt opschalen naar een productieomgeving.
Den Sliem 89
7141 JG Groenlo
The Netherlands
+31 544 470 000
info@ncs.nl
GPU-servers verwerken duizenden berekeningen parallel — ontdek wanneer ze onmisbaar zijn voor jouw organisatie.
Wat is een AI-server en wanneer heb je er een nodig? Ontdek de techniek, hardware en toepassingen.