Storage is allang niet meer iets wat je er even bij regelt. De keuze voor de juiste opslagtechnologie heeft directe impact op de prestaties van je applicaties, de schaalbaarheid van je infrastructuur en de kosten op de lange termijn. De zes technologieën in dit artikel laten zien welke ontwikkelingen de komende jaren het verschil maken: van razendsnel NVMe-oF tot slimme computational storage aan de edge. Of je nu een datacenter beheert, AI-workloads draait of gewoon toekomstbestendig wilt blijven, hier vind je een helder overzicht van wat er speelt.

Waarom storage in 2025 een strategische keuze is

De hoeveelheid data die organisaties genereren en verwerken groeit sneller dan ooit. AI-training, real-time analytics, videostreaming, medische beeldvorming: al die workloads stellen andere eisen aan opslag. Tegelijkertijd zien we dat de markt voor geheugen- en flashcomponenten sterk in beweging is. Schaarste, grote inkopers die hele productielijnen opkopen en een verschuivende vraag zorgen voor aanzienlijke prijsfluctuaties—iets wat elke IT-manager moet meenemen in de planning.

Kiezen voor de verkeerde storagearchitectuur betekent niet alleen hogere kosten, maar ook trage applicaties, beperkte schaalbaarheid en onnodige complexiteit. Het goede nieuws: de technologie heeft er nog nooit zo goed voor gestaan. Hieronder vind je de zes storagetechnologieën die de komende jaren het meest relevant zijn voor moderne IT-omgevingen.

1: NVMe-oF als snelste opslagprotocol

NVMe over Fabrics (NVMe-oF) brengt de lage latency van NVMe-opslag naar het netwerk. Waar traditionele SAN-oplossingen werken met SCSI-gebaseerde protocollen die extra overhead introduceren, communiceert NVMe-oF direct via het fabric, of dat nu Ethernet, InfiniBand of Fibre Channel is. Het resultaat: microseconde-latency en hoge doorvoersnelheden die lokale NVMe-opslag benaderen, maar dan gedeeld over meerdere servers.

Dit maakt NVMe-oF bijzonder nuttig in omgevingen waar meerdere servers toegang nodig hebben tot gedeelde, snelle opslag, zoals high-performance databases, virtualisatieplatforms en real-time analytics. De technologie maakt het ook makkelijker om storage los te koppelen van compute, wat meer flexibiliteit geeft in hoe je je infrastructuur inricht.

Voor organisaties die werken met latencygevoelige applicaties of die hun storage willen scheiden van hun rekeninfrastructuur, is NVMe-oF een van de meest relevante protocollen van dit moment. De adoptie groeit snel, zeker nu netwerkfabrics sneller en goedkoper worden.

2: CXL-geheugen voor AI- en HPC-workloads

Compute Express Link (CXL) is een open interconnect-standaard die het mogelijk maakt om geheugen en andere resources direct te koppelen aan de processor via de PCIe-bus. Het voordeel: je kunt de geheugenpool van een server uitbreiden zonder de beperkingen van traditionele DIMM-slots, en dat met een lage latency die dicht bij lokaal RAM zit.

Voor AI-training en HPC-workloads is dit een grote stap vooruit. Modellen worden groter, datasets nemen toe en de behoefte aan snel toegankelijk geheugen groeit mee. CXL maakt het mogelijk om grote hoeveelheden geheugen beschikbaar te stellen zonder dat je meteen meer servers nodig hebt. Dat scheelt niet alleen in hardware-investeringen, maar ook in energieverbruik en ruimte.

CXL is nog relatief nieuw, maar de adoptie versnelt. Processorfabrikanten en geheugenproducenten werken actief aan CXL-compatibele oplossingen, en de verwachting is dat CXL de komende jaren standaard wordt in servers voor veeleisende workloads. Wie nu investeert in CXL-ready hardware, loopt voor op de markt.

3: Object storage voor schaalbare dataopslag

Object storage organiseert data niet in mappen en bestanden, maar in objecten met bijbehorende metadata en een unieke identifier. Dit maakt het bijzonder goed schaalbaar: je kunt petabytes aan data opslaan zonder dat de prestaties of beheerbaarheid achteruitgaan. Protocollen zoals S3 zijn inmiddels de industriestandaard geworden voor object storage.

De kracht van object storage zit in de breedte van toepassingen. Van back-ups en archivering tot het opslaan van ongestructureerde data zoals video, logs en AI-trainingsdata: object storage kan het allemaal aan. Veel organisaties gebruiken het als de onderliggende laag voor hun datalake of als opslagbackend voor cloud-native applicaties.

On-premise object storage-oplossingen zijn de afgelopen jaren volwassen geworden en bieden vergelijkbare functionaliteit als publieke cloudopslag, maar met meer controle over data en kosten. Voor organisaties die grote hoeveelheden ongestructureerde data beheren en daar flexibel mee willen omgaan, is object storage een logische keuze.

4: Zonal storage in moderne datacenterarchitectuur

Zonal storage is een architectuurconcept waarbij opslagapparaten direct worden verbonden met een specifieke zone of groep servers, in plaats van centraal gedeeld te worden over het hele datacenter. Dit verkleint de afstand tussen compute en storage, wat de latency verlaagt en de prestaties verhoogt voor workloads die gevoelig zijn voor vertraging.

In de praktijk zie je zonal storage steeds vaker opduiken in hyperscale datacenters en bij organisaties die werken met disaggregated infrastructure, waarbij compute, memory en storage fysiek van elkaar zijn gescheiden maar logisch samenwerken. Door storage te clusteren rondom specifieke workloads, verminder je netwerkverkeer en verhoog je de efficiëntie.

Voor IT-teams die hun datacenterarchitectuur moderniseren of uitbreiden, biedt zonal storage een manier om prestaties te verbeteren zonder meteen alles opnieuw in te richten. Het past goed in een bredere strategie rondom software-defined infrastructure, waarbij flexibiliteit en prestaties hand in hand gaan.

5: QLC NAND-flash voor kostenefficiënte capaciteit

QLC NAND (Quad-Level Cell) slaat vier bits per cel op, wat de opslagdichtheid aanzienlijk verhoogt ten opzichte van TLC- of MLC NAND. Het directe gevolg: hogere capaciteit per drive tegen een lagere prijs per gigabyte. Dat maakt QLC-flash interessant voor workloads waar capaciteit zwaarder weegt dan schrijfprestaties.

QLC is minder geschikt voor workloads met veel willekeurige schrijfoperaties, maar uitstekend voor leesintensieve toepassingen zoals video-on-demand, cold storage, back-up en archivering. De technologie heeft de afgelopen jaren flinke stappen gemaakt in betrouwbaarheid en endurance, waardoor het toepassingsgebied steeds breder wordt.

De prijsontwikkeling van QLC-flash is de moeite waard om in de gaten te houden. Door schaarste in de productieketen en de grote vraag vanuit hyperscalers kunnen prijzen sterk schommelen. Toch blijft QLC voor veel organisaties een aantrekkelijke manier om grote hoeveelheden data op flash te zetten zonder de kosten van high-end TLC- of MLC-drives te betalen.

6: Computational storage voor edge en AI

Computational storage brengt rekenkracht naar het opslagapparaat zelf. In plaats van data naar de CPU te sturen voor verwerking, voert de storagecontroller bepaalde bewerkingen direct uit op de data, nog voordat die de rest van het systeem bereikt. Dit vermindert de hoeveelheid data die over de bus of het netwerk moet reizen, wat de latency verlaagt en de CPU ontlast.

Voor edge-omgevingen is dit bijzonder nuttig. Denk aan industriële systemen, beveiligingscamera’s of IoT-apparatuur die lokaal data verwerken zonder afhankelijk te zijn van een centrale server. Maar ook in AI-inferentie-scenario’s, waarbij modellen snel moeten reageren op inkomende data, biedt computational storage een manier om de verwerkingsketen korter te maken.

De technologie staat nog in de kinderschoenen vergeleken met NVMe of object storage, maar de ontwikkeling gaat snel. Naarmate AI-workloads verder verspreid raken over edge en datacenter, wordt computational storage steeds relevanter als manier om de efficiëntie te verbeteren zonder de hardwarefootprint te vergroten.

Welke storagetechnologie past bij jouw infrastructuur?

De zes technologieën in dit artikel lossen elk een ander probleem op. NVMe-oF en zonal storage helpen je latency te verlagen. CXL vergroot je geheugenpool voor zware workloads. Object storage geeft je schaalbaarheid voor ongestructureerde data. QLC NAND verlaagt de kosten per gigabyte. En computational storage verplaatst verwerking naar de plek waar de data ontstaat.

De juiste keuze hangt af van je workloads, je groeiplannen en de balans tussen prestaties en kosten die jij wilt maken. Een combinatie van meerdere technologieën is in de praktijk vaak de meest verstandige aanpak: snelle NVMe-opslag voor actieve data, object storage voor archivering en QLC-flash voor de laag daartussenin.

Bij ons, NCS International, helpen we je graag om die keuze concreet te maken. Als grootste en oudste Supermicro-distributeur van Nederland weten we precies welke storageoplossingen aansluiten bij jouw specifieke situatie, van kleine setups tot multi-rack datacenters. We configureren elk systeem volledig op maat, zodat je niet betaalt voor wat je niet nodig hebt. Wil je weten wat er mogelijk is voor jouw infrastructuur? Neem contact met ons op en we denken graag met je mee.

Veelgestelde vragen

Hoe bepaal ik welke storagetechnologie het beste past bij mijn huidige infrastructuur?

Begin met een analyse van je workloadprofiel: hoe latencygevoelig zijn je applicaties, hoeveel data genereer je, en wat is de verhouding tussen lees- en schrijfoperaties? Een omgeving met veel AI-training en HPC-workloads vraagt om andere keuzes (CXL, NVMe-oF) dan een archiverings- of back-upomgeving (QLC NAND, object storage). In de praktijk is een hybride aanpak waarbij je meerdere technologieën combineert vaak het meest efficiënt.

Wat zijn de meest gemaakte fouten bij de keuze voor een nieuwe storagearchitectuur?

Een veelgemaakte fout is het kiezen op basis van piekprestaties in plaats van het daadwerkelijke workloadprofiel. QLC NAND kopen voor een schrijfintensieve database, of high-end NVMe inzetten voor cold storage, zijn voorbeelden van mismatches die leiden tot onnodige kosten of tegenvallende prestaties. Een andere valkuil is het onderschatten van schaalbaarheid: een oplossing die vandaag volstaat, moet ook over drie jaar nog meegroeien met je datavolumes.

Is NVMe-oF ook geschikt voor kleinere organisaties, of is het alleen relevant voor grote datacenters?

NVMe-oF is zeker niet exclusief voor hyperscalers. Ook middelgrote organisaties met latencygevoelige applicaties, zoals ERP-systemen, virtualisatieplatforms of databases, kunnen profiteren van de lagere latency en de flexibiliteit die NVMe-oF biedt. De drempel is de afgelopen jaren flink gedaald nu Ethernet-gebaseerde implementaties (zoals NVMe/TCP) steeds toegankelijker en betaalbaarder zijn geworden.

Hoe ga ik om met de prijsschommelingen in de NAND-flashmarkt bij het plannen van storage-investeringen?

Spreid je inkopen waar mogelijk in de tijd en houd marktcycli in de gaten: NAND-prijzen zijn historisch gezien cyclisch en dalen doorgaans na periodes van schaarste. Werk samen met een gespecialiseerde distributeur die inzicht heeft in de markt en je kan adviseren over het juiste aankoopmoment. Overweeg daarnaast raamcontracten of volumeafspraken om je te beschermen tegen plotselinge prijsstijgingen.

Wanneer is computational storage een zinvolle investering voor edge-omgevingen?

Computational storage wordt interessant wanneer je edge-apparaten data lokaal moeten verwerken met minimale latency, beperkte bandbreedte naar een centrale server hebben, of wanneer CPU-resources op het edge-apparaat schaars zijn. Typische use cases zijn industriële kwaliteitscontrole, real-time videoanalyse en IoT-sensorverwerking. Als je edge-workloads voornamelijk bestaan uit eenvoudige dataopslag zonder lokale verwerking, weegt de meerwaarde van computational storage minder zwaar.

Hoe verhoudt on-premise object storage zich tot cloudopslag zoals Amazon S3?

On-premise object storage biedt dezelfde S3-compatibele interface en functionaliteit als publieke cloudopslag, maar geeft je volledige controle over dataresidensy, beveiliging en kosten. Voor organisaties met grote, stabiele datavolumes zijn de totale eigendomskosten van on-premise object storage op de lange termijn vaak lager dan doorlopende cloudopslagkosten. Het nadeel is dat je zelf verantwoordelijk bent voor het beheer en de schaalbaarheid van de infrastructuur.

Is het verstandig om nu al te investeren in CXL-ready hardware, of is de technologie nog te onvolwassen?

Voor organisaties die vandaag al werken met zware AI- of HPC-workloads is het zeker zinvol om CXL-compatibiliteit mee te nemen als criterium bij nieuwe serveraankopen, zodat je de optie hebt om later te upgraden zonder hardware te vervangen. Voor omgevingen met minder veeleisende workloads is het verstandig om de marktontwikkeling nog een tot twee jaar te volgen, totdat het ecosysteem van CXL-geheugenmodules en ondersteunende software verder is volwassen geworden.

Gerelateerde artikelen

Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.

NCS International

Den Sliem 89
7141 JG Groenlo
The Netherlands
+31 544 470 000
info@ncs.nl

Meer berichten

Wat is een GPU-server?

GPU-servers verwerken duizenden berekeningen parallel — ontdek wanneer ze onmisbaar zijn voor jouw organisatie.


read more

Wat is een AI-server?

Wat is een AI-server en wanneer heb je er een nodig? Ontdek de techniek, hardware en toepassingen.


read more