5 augustus 2026
Voor een VDI-omgeving heb je storage nodig die snel, betrouwbaar en goed schaalbaar is. In de meeste gevallen is de beste keuze een combinatie van NVMe-opslag voor de actieve werklasten en SSD-opslag voor minder tijdkritische data. Gedeelde storage via een SAN of NAS werkt goed in grotere omgevingen, terwijl lokale NVMe-opslag in hyperconverged setups steeds populairder wordt. De exacte keuze hangt af van het aantal gebruikers, het type werklasten en het beschikbare budget.
Een VDI-omgeving die traag reageert, voelt voor gebruikers al snel onwerkbaar aan. Zeker tijdens de ochtendpiek, wanneer tientallen of honderden medewerkers tegelijk inloggen, kan een ondergedimensioneerde storage-laag leiden tot vertragingen van seconden per actie. Dat telt op: een paar seconden per muisklik, vermenigvuldigd over een werkdag en honderden gebruikers, levert aanzienlijk productiviteitsverlies op. De oplossing zit niet altijd in meer hardware, maar in de juiste hardware. Door storage te kiezen die is afgestemd op de IOPS-behoefte van jouw specifieke VDI-werklast, pak je het probleem bij de bron aan.
Veel organisaties kiezen bij de uitrol van VDI voor een oplossing die vandaag net voldoet, maar die bij groei onvoldoende ruimte biedt. Wanneer je tien gebruikers toevoegt en de prestaties al merkbaar dalen, heb je een architectuurprobleem dat je niet eenvoudig oplost met een extra schijf. Dat leidt tot dure herinrichtingen of noodoplossingen die de omgeving verder compliceren. De concrete oplossing: kies bij de initiële inrichting bewust voor een storage-architectuur die horizontaal schaalt, zodat je bij groei capaciteit en performance samen kunt uitbreiden zonder de bestaande setup te verstoren.
VDI, of Virtual Desktop Infrastructure, is een technologie waarbij desktopomgevingen draaien op centrale servers in plaats van op individuele computers. Gebruikers verbinden via een netwerk met hun virtuele desktop. Storage speelt hierin een grote rol, omdat alle schijfactiviteit van alle gebruikers tegelijk via dezelfde opslaglaag loopt, wat hoge eisen stelt aan snelheid en beschikbaarheid.
Bij een fysieke desktop heeft elke gebruiker zijn eigen harde schijf. In een VDI-omgeving delen tientallen tot duizenden gebruikers dezelfde storage-infrastructuur. Dat betekent dat een trage of overbelaste opslaglaag direct merkbaar is voor iedereen. Denk aan het openen van applicaties, het laden van profielen bij het inloggen en het opslaan van bestanden: al die handelingen genereren I/O-verzoeken die de storage moet verwerken.
Goede storage-oplossingen voor VDI zijn dan ook niet alleen snel, maar ook consistent in latency. Piekbelasting, zoals het gelijktijdig aanmelden van een grote groep gebruikers, mag niet leiden tot merkbare vertraging. Dat vraagt om een doordachte keuze in zowel het type opslag als de architectuur.
In VDI-omgevingen worden drie hoofdtypen storage gebruikt: lokale opslag direct in de servers, gedeelde opslag via een SAN (Storage Area Network) of NAS (Network Attached Storage), en hyperconverged infrastructuur waarbij opslag en compute zijn geïntegreerd in dezelfde nodes.
Elk type heeft zijn eigen toepassingsgebied. Lokale opslag is snel en eenvoudig, maar biedt minder flexibiliteit bij failover en schaalbaarheid. Gedeelde SAN-opslag biedt hoge beschikbaarheid en centrale beheersbaarheid, wat het populair maakt in grotere organisaties. NAS is geschikt voor bestandsopslag, maar minder ideaal voor de hoge IOPS-behoefte van actieve VDI-werklasten.
Hyperconverged infrastructuur (HCI) combineert compute en storage in één platform. Oplossingen als Nutanix of VMware vSAN maken gebruik van lokale NVMe- of SSD-schijven in elke node en spiegelen data over de nodes heen. Dit maakt horizontaal schalen eenvoudig en verlaagt de afhankelijkheid van aparte storage-systemen. Voor middelgrote tot grote VDI-omgevingen is HCI een steeds populairdere keuze.
NVMe is de snelste optie met de laagste latency en is bij uitstek geschikt voor actieve VDI-werklasten. SSD biedt ook goede prestaties tegen lagere kosten en werkt goed voor minder tijdkritische data. HDD is te traag voor actief VDI-gebruik vanwege de hoge latency en lage IOPS-waarden, en is alleen geschikt voor archivering.
Het verschil zit in de manier waarop data wordt gelezen en geschreven. NVMe communiceert direct via de PCIe-bus met de processor, wat resulteert in extreem lage latency. Een SSD via SATA of SAS is merkbaar trager, maar nog altijd vele malen sneller dan een traditionele HDD met ronddraaiende schijven.
Voor VDI betekent dit in de praktijk: gebruik NVMe voor de actieve desktopimages en gebruikersprofielen, en overweeg SSD voor persistente data of minder actieve opslaglagen. HDD heeft in een moderne VDI-omgeving geen zinvolle rol voor actieve data, maar kan wel worden ingezet als goedkope back-upopslag of voor archiefdoeleinden buiten de productieomgeving.
Een gemiddelde VDI-gebruiker genereert ruwweg 15 tot 30 IOPS tijdens normaal gebruik, maar bij piekbelasting, zoals het gelijktijdig inloggen van veel gebruikers, kan dat tijdelijk oplopen tot 50 tot 100 IOPS per gebruiker. Voor een omgeving van 200 gebruikers betekent dit al snel een piekbehoefte van 10.000 tot 20.000 IOPS.
De exacte IOPS-behoefte hangt af van het type werklasten. Kenniswerkers die werken met Office-applicaties en een browser vragen minder dan medewerkers die werken met grafische software, databases of medische beeldvormingsapplicaties. Het is verstandig om voor de dimensionering te meten in een pilotomgeving of te werken met referentiewaarden uit vergelijkbare implementaties.
Houd ook rekening met de verhouding tussen lees- en schrijfoperaties. VDI-omgevingen zijn doorgaans leesintensief, zeker bij het opstarten van desktops en applicaties. Opslagoplossingen die geoptimaliseerd zijn voor leesprestaties, zoals NVMe met een goede cache-architectuur, presteren hier beter dan generieke storage-systemen.
Gedeelde storage is de betere keuze wanneer hoge beschikbaarheid, centrale beheersbaarheid en flexibele resource-allocatie prioriteit hebben. Lokale opslag past beter bij kleinere omgevingen of hyperconverged setups, waar prestaties en schaalbaarheid per node centraal staan.
Gedeelde storage via een SAN maakt het mogelijk om virtuele machines te migreren tussen hosts zonder downtime, wat handig is bij onderhoud of bij het balanceren van de belasting. Het beheer is gecentraliseerd en storage-capaciteit is onafhankelijk van de compute-laag uit te breiden. De keerzijde is dat een apart SAN-systeem extra kosten en complexiteit met zich meebrengt.
Lokale opslag in een HCI-omgeving verwijdert de aparte storage-laag en maakt de infrastructuur eenvoudiger te beheren. De data wordt gespiegeld over meerdere nodes, wat redundantie biedt. Dit model schaalt goed bij groei: voeg een node toe en je vergroot zowel compute als storage tegelijk. Voor organisaties die snel willen schalen zonder aparte storage-expertise is dit een praktische keuze.
De meest voorkomende fouten bij VDI-storage zijn: te weinig IOPS inplannen voor piekbelasting, geen onderscheid maken tussen lees- en schrijfintensieve werklasten, kiezen voor HDD-opslag vanwege kostenbesparing, en vergeten de storage-architectuur te testen voordat de volledige omgeving live gaat.
Een andere veelgemaakte fout is het onderschatten van de impact van gebruikersprofielen. Wanneer honderden gebruikers tegelijk inloggen en hun profiel laden vanaf gedeelde storage, ontstaat er een zogenaamde boot storm. Zonder voldoende IOPS-capaciteit en een goede cachingstrategie loopt de latency dan snel op. Dit is te voorkomen door profielen te optimaliseren, gebruik te maken van profile-managementtools en de storage te dimensioneren op de werkelijke piekbelasting.
Tot slot vergeten organisaties regelmatig storage te monitoren na de uitrol. Prestatieproblemen die zich geleidelijk ontwikkelen, door groei in gebruikersaantallen of data, worden pas opgemerkt wanneer gebruikers al klagen. Actieve monitoring van IOPS, latency en doorvoer helpt je om tijdig bij te sturen voordat prestatieproblemen merkbaar worden.
Wil je weten welke opslagoplossingen goed aansluiten bij jouw VDI-omgeving? Wij helpen je graag verder met een configuratie die past bij jouw gebruikersaantal, werklasten en schaalbaarheidsambities. Neem contact op en dan kijken we samen naar de beste aanpak.
Begin met een pilotomgeving van 10 tot 20 representatieve gebruikers en meet daarin de daadwerkelijke IOPS, latency en doorvoer tijdens piekbelasting. Gebruik tools zoals VMware vRealize Operations, Nutanix Prism of generieke monitoringtools zoals Grafana in combinatie met storage-specifieke metrics. Vermenigvuldig de gemeten piekwaarden per gebruiker met het totale verwachte gebruikersaantal en voeg een veiligheidsmarge van minimaal 20 tot 30 procent toe voor toekomstige groei.
Een boot storm ontstaat wanneer grote aantallen gebruikers tegelijkertijd inloggen, waardoor er een plotselinge piek aan lees-IOPS op de storage ontstaat door het gelijktijdig laden van desktopimages en gebruikersprofielen. Je voorkomt dit door gestaffelde inlogtijden te stimuleren, gebruik te maken van instant clone- of linked clone-technologie, en door een krachtige cachinglaag in te richten op NVMe-niveau. Profile-managementtools zoals FSLogix of Citrix Profile Management helpen bovendien om de profielgrootte te beperken en het laadproces te versnellen.
Dat hangt af van de leeftijd, het type schijven en de IOPS-capaciteit van het bestaande SAN. Oudere SAN-systemen met SAS- of HDD-schijven zijn doorgaans ongeschikt voor actieve VDI-werklasten vanwege te hoge latency en te lage IOPS. Als het SAN recentelijk is uitgerust met All-Flash of NVMe-schijven en voldoende capaciteit heeft, kan hergebruik wel zinvol zijn. Laat altijd een prestatiemeting uitvoeren voordat je de beslissing neemt, zodat je zeker weet dat de bestaande infrastructuur de verwachte piekbelasting aankan.
Persistente desktops bewaren alle gebruikerswijzigingen permanent, wat aanzienlijk meer opslagcapaciteit vereist per gebruiker, maar minder complexe profielbeheeroplossingen nodig heeft. Niet-persistente desktops worden na elke sessie teruggezet naar een basisimage, waardoor de totale opslagbehoefte veel lager is en de IOPS-belasting beter voorspelbaar blijft. Voor de meeste organisaties is niet-persistent de voorkeurskeuze vanuit storage-perspectief, mits gebruikersdata en -instellingen correct worden beheerd via profile management en een aparte datalaag.
Voor VMware-omgevingen is vRealize Operations (nu Aria Operations) een sterke keuze, terwijl Nutanix Prism uitstekende ingebouwde monitoring biedt voor HCI-omgevingen. Generieke tools zoals Zabbix, PRTG of Grafana in combinatie met storage-exporters geven je inzicht in IOPS, latency en doorvoer op infrastructuurniveau. Stel altijd drempelwaarden in voor proactieve waarschuwingen, zodat je prestatieproblemen signaleert voordat gebruikers er hinder van ondervinden.
HCI is technisch gezien inzetbaar voor kleinere omgevingen, maar de minimale clustergrootte van drie nodes maakt het voor minder dan 50 gebruikers vaak een relatief dure oplossing. Voor kleine omgevingen kan een eenvoudigere opzet met lokale NVMe-opslag per host of een compacte All-Flash NAS kostenefficiënter zijn. Zodra een omgeving richting de 75 tot 100 gebruikers groeit of er concrete schaalbaarheidsambities zijn, wordt HCI ook financieel aantrekkelijker door de lagere beheerslast en het eenvoudige uitbreidingsmodel.
In HCI-omgevingen biedt ingebouwde dataspreiding over meerdere nodes al een goede basisredundantie zonder extra licentiekosten. Bij gedeelde SAN-opslag kun je kosten beheersen door RAID-configuraties slim in te zetten, bijvoorbeeld RAID 5 of RAID 6 voor capaciteitslagen en gespiegelde NVMe-sets voor de meest kritische werklasten. Combineer dit altijd met een solide back-upstrategie en test regelmatig het herstelproces, zodat je bij een storing snel kunt herstellen zonder dat de volledige VDI-omgeving stilligt.
Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.
Den Sliem 89
7141 JG Groenlo
The Netherlands
+31 544 470 000
info@ncs.nl
GPU-servers verwerken duizenden berekeningen parallel — ontdek wanneer ze onmisbaar zijn voor jouw organisatie.
Wat is een AI-server en wanneer heb je er een nodig? Ontdek de techniek, hardware en toepassingen.